Deze opinie verscheen in De Morgen op maandag 20 juli 2015 :

25 jaar heb ik bij VRT gewerkt. De helft van de tijd maakte ik als reporter, journalist of eindredacteur programma’s. De andere helft managede ik als netmanager of directeur televisie dat aanbod. Logisch dat je het Vlaamse medialandschap dan ook door en door kent. Toen ik drie maanden geleden begon als directeur media bij de European Broadcasting Union, werd me snel duidelijk dat dit niet de enige realiteit was. Terwijl ik me een kwart eeuw had beziggehouden met het respecteren van lokale evenwichten, was er daarbuiten vanalles aan het broeien.

Daar waar de media vroeger lokaal werden bestuurd en lokaal werden gemaakt met creatief talent van hier en met een Vlaamse stempel, worden die media nu hoe langer hoe meer gedomineerd door globale spelers met een hoofdzetel ver buiten Vlaanderen. En die nieuwe spelverdelers zijn geen traditionele mediaspelers. De Grote Vier – Google, Amazon, Facebook en Apple – hebben bovendien handenvol geld. Soms beeld ik me in : als Elon Musk van Tesla en Tim Cook van Apple tussen pot en pint zouden beslissen dat de enige knop in de wagen een Apple Music-knop wordt, dan zal dat zo zijn. Uw favoriete radio zal dan ergens op Apple Music moeten draaien en zal niet bovenaan het lijstje prijken. Of ik het me allemaal inbeeld ? Wie had vijf jaar geleden kunnen vermoeden dat Apple en Spotify vandaag de muziekindustrie in de ban zouden houden ?

De uitdaging vandaag is niet om goeie programma’s –  of content zoals we dat nu gemeenzaam noemen – te maken, maar om dat aanbod bij het publiek te krijgen zonder al te veel stoorzenders. Tussen u en uw favoriete programma staan er meestal meerdere poortwachters. Naast de Grote Vier zijn dat bijvoorbeeld traditionele kabelmaatschappijen die steeds meer aan terrein winnen. John Malone van Liberty Global is vandaag niet alleen zo’n kabelboer, hij heeft ook free-to-air zenders, sterke productiehuizen en sinds kort via Discovery ook de rechten op de Olympische Spelen 2024.

Ik viseer die ondernemers niet. Integendeel, het heeft me altijd geboeid hoe hoe vernieuwing van buiten de traditionele markten komt. De hotelsector had nooit Airbnb kunnen uitvinden, evenmin als dat Uber door een taxibedrijf kon worden bedacht. Maar machtsconcentraat – of vertikale integratie in het geval van John Malone – leidt niet alleen tot vernieuwing, het leidt ook tot teveel macht en dus onevenwicht.

Media is macht. Laten we daar niet flauw over doen. Net daarom hebben openbare omroepen een specifieke opdracht. In hun geval is media impact. Het gaat niet om return on investment – hoeveel winst levert elke geïnvesteerde euro op ? – maar om return to society, welke bijdrage levert het aan de maatschappij ?

Als ik vijf jaar geleden misschien stiekem sceptisch was over de toekomst van de openbare omroep, dan ben ik vandaag meer dan ooit overtuigd van hun bestaansreden. Hoe meer de media in globale handen komen, hoe belangrijker het wordt om naar een evenwicht te streven met een lokaal verankerd aanbod, dat hier gemaakt wordt door eigen jong talent en met verhalen van hier. De plannen van de overheid kunnen net daarom niet ambitieus genoeg zijn. Enkel publieke mediaspelers kunnen, samen met alle plaatselijke actoren, een andere stem laten klinken dan een stem uit Silicon Valley die op den duur ééntonig zal worden.

Ik volg het debat over de toekomst van de Vlaamse openbare omroep met argusogen. Ik ben er van overtuigd dat alle partijen het goed menen, maar het debat beperkt zich helaas tot de Vlaamse grenzen. En wat ik dan denk over digitaal en online ? Laat ik daar kort over zijn, de Grote Vier zijn enkel digitaal en online. Die termen behoren zelfs niet tot hun woordenschat. Als we nu niet de vlucht vooruit nemen met de VRT, dan neemt geen enkel Vlaams verhaal de vlucht vooruit.