Het ene boek dichtdoen, een andere openen. In het geval van Luc Boudens “Op eenzame hoogte” en Edouard Louis “Weg met Eddy Bellegueule” kan de stap niet kleiner zijn. Van een goedboerende zestiger wiens schuur in brand slaat door de ontmoeting met een jonge student, naar een tiener in het Noorden van Frankrijk die worstelt met z’n geaardheid. Toch kan de kloof tussen beiden niet groter zijn.

Hoezeer ik ook  genoten heb van het verhaal van Luc Boudens zo vertwijfeld word ik achtergelaten door het biografische relaas van Eddy Bellegueule.

9789085425991

 

Eddy Bellegueule – echte naam ! – groeit op in het Noorden van Frankrijk in een dorp … waar iedereen in de fabriek werkt en op mekaar klopt. Zo eenvoudig is het daar. Geweld heb je nodig om te overleven. Geweld is als eten en drank.

Eddy groeit op in zo’n gezin. Maar hij heeft de pech dat hij een hoge stem heeft en dat z’n handen flapperen. Hij wordt op school gepest – in mekaar gemept – en door zijn neven in een spelletje pornofilmpje-naspelen gesodomiseerd. Lees ik het verkeerd dat hij daar ergens van genoot ?

Op de gang vroegen ze me wie ik was, of ik die Bellegueule was over wie iedereen het had. Ze stelden me deze vraag, die ik vervolgens onvermoeibaar maanden- en jarenlang bij mezelf heb herhaald : Ben jij die nicht ?

Alle ommetjes die we buiten de deur maakten draaiden om de bushalte, die de spil van het leven van de jongens vormde. We brachten er, beschut tegen regen en wind, onze avonden door. Ik heb de indruk dat het altijd zo geweest is : de jongens in de puberteit troffen elkaar daar elke avond om te drinken en te kletsen. Mijn broer en mijn vader hadden dezelfde weg gevolgd, en toen ik naar het dorp terugkwam, zag ik er de jongens die nog geen acht jaar oud waren toen ik vertrok. Ze hadden de plaats ingenomen die een paar jaar eerder de mijne was geweest : er verandert nooit iets.

Ik probeer het me in te beelden.  Ik kom ook uit een dorp, mijn ouders hadden het niet zo breed, … en ik had ook iets te vertellen. Maar dan zinkt wat ik probleemloos meemaakte in het niets bij dit verhaal. Anders geaard zijn is één iets, geen kansen krijgen – wat ook je sexualiteit is – omdat je uit een minder begoede sociale klasse komt is erg.

Ik prijs me gelukkig dat ik in Brussel leef, een keurig loon gestort krijg, een fantastisch huis heb, nog steeds dat fijn lief heb, vrienden met wie ik over een goed glas wijn kan kletsen, zelfs ruzie maken, … Overleven is een andere zaak. Arm zijn, armer zijn lijkt me het ergste wat iemand kan overkomen.

images

Bellegueuele is Picardië kunnen ontvluchten en maakt het tegenwoordig in Parijs als socioloog. Of als Edouard Louis, de nieuwe Eddy. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat wanneer ik hem op video bekijk ik zoek naar dat hoge stemmetje, naar die klapperende handjes. Maar niks van dat. Zou het dan de verbeelding zijn van een auteur ?

Edouard Louis krijgt het verwijt de voeten te vegen met de lagere sociale klassen. Ik wil dat tegenspreken. Wij, de hoger opgeleiden, hebben daar een vertekend idyllisch beeld over. De realiteit is veel grauwer dan we denken.

Ik heb het boek in het Frans gelezen om zo dicht mogelijk bij de realiteit te blijven. Heb me inmiddels ook de Nederlandse vertaling gekocht en een paar passages herlezen. De vertaling van de titel zint me niet. “En finir avec Eddy Bellegeule” lijkt me eerder ‘komaf met …’ dan ‘weg met …’.

Laatst tijdens een lunch met een welstellende ondernemer zei hij : “Ik had je graag nog  over iets totaal anders gesproken. Het raakt me die zelfmoorden bij tieners. Meestal draait het om jongeren die worstelen met hun identiteit. Met hun sexualiteit. Ik wil daar iets aan doen.” “Je mag op me rekenen”, mailde ik hem daarna.

Intussen, lezen dit sociologisch werk.

“Weg met Eddy Bellegueule”, Edouard Louis, De Bezige Bij,  Antwerpen, 2014.

“En finir avec Eddy Belleguele”, Edouard Louis, Editions Seuil, Paris, 2014.