Unknown-1

tuig (het; o; meervoud: tuigen)

1 materiaal, gereedschap: (in samenstellingen) oorlogstuig

2 riemen waarmee trekdieren ingespannen worden: het tuig van een paard

3 (scheepvaart) al het nodige voor de uitrusting van een mast

4 slechte mensen

Ik zat vorige week een paar keren op het vliegtuig. Brussel – Cassablanca – Marrakech – Madrid – Brussel – Genève – Frankfurt – Brussel, om precies te zijn. Het is bijna als reizen met de bus. Ik zat vooraan in het vliegtuig, achteraan, middenin, op de vleugel, in de gang, langs het raam, …. en ik blijf het allemaal heel erg opwindend vinden. Op de luchthaven van Frankfurt, waar ik voor het eerst was, zag ik zelfs een Dreamliner passeren. Wat had ik graag op dat vliegtuig gezeten !

Het is ongelooflijk hoe zo’n toestellen bijna volautomatisch opstijgen, vliegen en landen. Wat een vernuft. Vreemd dat men uitgerekend zo’n machine tuig noemt …