Ik had afgelopen week een voordracht in Deinze. Om 17.45 uur goed op tijd vertrokken om tegen 19.30 uur te starten. Maar dat was zonder rekening te houden met de Europese top. Na twee stressy uren in Deinze toegekomen om met een kwartier vertraging in de bibliotheek de lezing te starten. “We zullen je warm ontvangen”, zei de organisator Yves, toen ik hem onderweg belde om de situatie mee te geven. En dat was ook zo.

Toegekomen, mijn computer op de beamer aangesloten – dat liep wonderwel – en begonnen aan die boodschap dat iedereen en alles een verhaal is. Storytelling meegeven aan een clubje dat gretig is om zelf te schrijven en vertellen.

Ze waren een fijn gezelschap en na afloop ontstond een pittige discussie.

In de zaal zat een kranige dame. Ze was 65 plus maar bijzonder alert en aangenaam. Dat iedereen een verhaal is, kon ze bevestigen. Maar dat je mensen nooit helemaal kon doorgronden. Ja, knikte ik, en ik meende het ook, maar toen keek ze me recht in de ogen en zei ze met een enigszins Hollandse stem, iets wat ik nooit meer zal vergeten.

“Maar je kan iemand toch nooit helemaal kennen. Ik was meer dan vijftig jaar bij mijn man. Maar na zijn dood besefte ik dat ik hem nooit heb gekend. Er was een trauma in hem dat ik nooit heb kunnen duiden.”

Vijftig jaar samen en moeten vaststellen dat je mekaar niet kende. Ik weet niet meer wat ik antwoordde, maar ze had me geraakt. Voor het eind van de avond stapte ze op. Ze nam een kruk en werd door Yves tot aan de ingang begeleid. Want haar vriend kwam haar ophalen.

Iedereen heeft zijn geheim, dacht ik, toen ik fileloos en verward naar huis reed.