Hij zat op plaats 19d en was destijds elf jaar ouder dan zij. Tegenwoordig waren ze, zoals vaak voorkomt, van dezelfde leeftijd.

Het is één van de passages uit het boek “Mr Gwyn” van Alessandro Baricco, één van de opgelegde werken, die ik momenteel aan het lezen ben. Ik had het aangestipt omdat ik al langer van plan was om iets te schrijven over leeftijd. Over het feit dat ik vrienden heb die 22 jaar zijn, en vrienden van 79. En een hele rits vrienden tussen 22 en 79. En dat ik van elk van hen leer. En veel plezier aan hen beleef. Maar toen kwam ik aan de tweede helft van dit prettige boek en ik besefte dat ik in een meesterwerkje bezig was.

“Jasper Gwyn heeft me geleerd dat we geen personages zijn, we zijn verhalen”, zei Rebecca. “We zijn blijven hangen bij het idee dat we een personage zijn dat verwikkeld is in God weet wat voor avontuur, ook het meest eenvoudige, maar wat we moeten begrijpen, is dat wij het hele verhaal zijn, niet alleen dat personage. We zijn het bos waarin hij wandelt, de slechterik die hem bedriegt, de chaos om hem heen, alle mensen die voorbijkomen, de kleur van de dingen, de geluiden. Kunt u dat begrijpen ?”

“Jasper Gwyn zei dat we allemaal een bepaalde pagina uit een boek zijn, maar dan van een boek dat niemand ooit heeft geschreven en waar we tevergeefs naar zoeken op de schappen van onze geest.”

Of ik dat begrijp ? Zelden zo mooi horen verwoorden dat alles en iedereen een verhaal is.

“Mr Gwyn”, Alessandro Baricco, De Bezige Bij, 2012.

“Alles is een verhaal”, Jean Philip De Tender, Lannoo, 2010.