Ik ben net terug van reis. Thuis nog wat prutsen en me dan helemaal gooien op de seizoensperconferentie van Eén. En niet alleen op de persconferentie, ook op dat seizoen. “We zien mekaar in de moeder van alle televisieseizoenen”, sms’te een nieuwsanker me.

Het reizen is anders geworden met de jaren. Als je 20 bent, wil je alles gezien hebben. Als je 30 bent ben je bezig met een inhaalmanoeuver. “Jezus, waar moet ik nog overal naartoe. Eens de 40 voorbij, wordt reizen het zoeken naar rust en inspiratie.

Als je wat reisde, hoef je niet per se nog alles te zien. Ik hol niet meer van museum naar museum. Ik bewandel die drie vierkante kilometer rond het museum die geen enkele andere toerist bewandelt. En daarmee is veel gezegd. Ik stap heel veel op reis. En ik maak nota’s, mentale nota’s. Of op papier of iPhone als het niet anders kan. Gelukkig heb ik een partner die me daardoor gidst zodat ik me kan toeleggen op die nota’s.

Ik heb prikkels nodig. Heel veel prikkels. Net dat houdt me fris. En dan wil ik schrijven en hervormen. Ik leef van die prikkels.

En dan hoef ik niet de hele dag door in die stad of streek te hollen. Dan zit ik net zo graag een paar uren op de kamer om het allemaal te verwerken. Daarom, een goed hotel is een halve reis.

De meesten maken goeie voornemens bij het begin van het nieuwe jaar. Ik doe dat niet. Ik doe het wel telkens ik “grote vakantie” heb. Dan ga ik anders denken. En mijn goeie voornemens voor na de vakantie zijn simpel : ik ga nog gezonder eten en meer bewegen. Géén fitness en joggen maar zwemmen, veel stappen en in Brussel de fiets nemen. Je mag me daarop afrekenen !

20120729-192750.jpg