Het ene boek brengt me bij het andere. Het ene Luster-boek brengt met bij het andere Luster boek. “Belgische architecten en hun huis” brengt me bij “Living in Brussels”. Boeken brengen me bij nog meer boeken. En ik vind dat niet eens zo erg.

Geboeid gelezen, maar vooral gebladerd in “Living in Brussels”. En zoals steeds bij Diane Hendrikx en Muriel Verbist, de auteurs, is die avant-propos raak.

“Er bestaat zoiets als een typische Brusselse vibe. Een sfeer die in schril contrast staat met het stofferige kantoorimago dat de stad soms oproept en die zich in de meeste gevallen laat omschrijven als ruw, onafgeborsteld, een tikje chaotisch zelf.

Een vibe die niet alleen tot leven komt op straat of in de cafés en restaurants, maar zich ook laat voelen in de huizen en appartementen waar de Brusselaars wonen. Voor dit boek gingen we op zoek naar interieurs die dat eclectische en eigenzinnige ten volle illustreren.”

Eclectisch is het woord dat bij me blijft hangen. Een woord dat Brussel perfect illustreert.

In de klassieke oudheid werd de term gebruikt voor de stroming waarbij de Romeinse, Griekse en Oosterse cultuurelementen op elkaar inwerkten en meer en meer met elkaar versmolten.

Brussel is een allegaartje. Een allegaartje van talen, culturen, architectuur en kunst. Voor sommigen een minpunt, voor mensen zoals ik een troef. En dat straalt af op de Brusselaars of allochtone Brusselaars. Allochtoon heeft in deze niets met huidskleur te maken maar alles met afkomst : Ketje of geen Ketje. Ik ben geen ketje maar wel een Brusselaar, ingeweken uit Oostende. Of beter ingeweken uit Gistel, randje Oostende.

Dat eclectische straalt ook af op die Brusselse woningen en de interieurs. Ze zijn doorgaans wit en strak met daarin een gezellig allegaartje van meubelen, spulletjes, kleuren en souvenirs.

En toch hebben wij in Koekelberg daar niet voor gekozen. Geef ons toch maar bijzondere kleuren op de muur, art deco en strakke design. En veel boeken. Maar dat had ik al gezegd.

Ook dat is eclectisch. Maar dan op onze manier.