Ik ben (g)één West-Vlaming. Ik ben (g)één Brusselaar. Ik heb West-Vlaamse roots en ik woon in Brussel. Als ik het allemaal goed en wel optel. Ik heb 18 jaar in Gistel gewoond. Ik woon intussen 28 jaar in Brussel. Oesje. Dat is veel en toch moet ik me nog verantwoorden als een Ketje.

Hoedanook. In Brussel voel ik me thuis. Brussel is gewoon m’n thuis. Alleen het buitenland kan daar verandering in brengen. New York, of Genève, of zoiets …

Toen ik laatst op een voordracht was voor de Ham Hogeschool in Mechelen (lees : Lessius Hogeschool) was Trees zo slim me te koppelen aan Hans Dessers. Er zou een kortfilm van Hans getoond worden en dan moest ik maar – vanuit m’n buik – commentaar geven.

Om eerlijk te zijn, ik vind dat niet leuk. Want dan heb ik het gevoel dat ik m’n-ding-moet-doen. Maar Hans maakte het makkelijk. Z’n kortfilm was een cadeau.

Hans heeft in een aantal Brusselse café’s met vrouwen gesproken. Die vrouwen hadden elk een verhaal. En Brussel, en die café’s speelden daar een rol in.

Ik was van de kaart toen ik z’n film zag. Dit was Brussel. Dit waren mijn café’s in Brussel. En dit waren straffen, mooie, ontroerende verhalen van Brusselse vrouwen.

Eén vraag brandde op m’n lippen. Waar had hij die actrices gevonde ? Niks was minder waar. Dit waren geen actrices. Dit waren vrouwen. Met straffe verhalen. En ik één take verteld voor de camera. Amper te geloven, maar waar.

Het heeft even geduurd voor ik dit blogstukje met filmpje kon schrijven, want Tracee moest haar akkoord geven vooraleer het op YouTube kwam. Maar – slik – wat een verhaal. Wat een televisie !