Vrouwen lezen boeken. Mannen lezen boeken geschreven door mannen. Ik stond daar niet bij stil, maar het is een feit. Een blik op mijn boekenkast leert dat ik daar ook schuldig aan ben. Voor elke Lieve Joris, Janet Street-Porter, Jeanette Winterson of Banana Yoshimoto, staan er minstens tien mannen aan de toog, die mijn boekenkast uiteindelijk is.

Ik heb zonet “The summer without men” van Siri Hustvedt uit. Eigenlijk was ze de Mevrouw Paul Auster voor me. Shame on me, want ze moeten helemaal niet onderdoen voor haar man.

Het was die eerste zin die me over de streep trok om het boek te lezen. Eerste zinnen zijn belangrijk voor me.

Sometime after he said the word pause, I went mad and landed in the hospital. He did not say I don’t ever want to see you anymore or It’s over, but after thirty years of marriage pause was enough to turn me into a lunatic whose thoughts burst, ricocheted, and careened into one another like popcorn kernels in a microwave bag.

Vrouwen spelen een belangrijk hoofdrol in dit boek van Hustvedt. Mannen spelen een bijrol en komen er slecht van af. Maar mannen kunnen ook vaak slecht zijn. Misschien zijn mannen gewoon slecht.

Laat dit boek een pleidooi zijn om de kloof te dichten. Om Venus en Mars in mekaars vizier te zetten. En trouwens alle tips voor goeie (hedendaagse) vrouwelijke auters zijn welkom.