Ik zat vanavond in De Roskam. Voor de niet Brusselaars, De Roskam is een café in de Vlaamse Steenweg, hartje Brussel. Een café zoals De Monk en Le Laboureur in dezelfde buurt er ook één zijn.

Ik word een beetje geleefd door mijn agenda – overdag, ’s avonds en in het weekend – en als ik even van dat parcours kan afwijken, ben ik een gelukkige mens. Zoals vanavond. Wat eerder thuis en besloten met z’n tweeën een wandeling in de stad te maken en af te zakken naar De Roskam.

Het zit hier goed vol voor een weekdag, dacht ik. Bomvol. Geen plaatsje vrij, tenzij de dubbele rij aan de toog.

Een jonger, Vlaams, semi-intellectueel publiek frequenteert De Roskam. Me daar outen als netmanager van Eén is niet zo moeilijk. Dat doen ze wel voor me.

Hoedanook, het zat er bomvol en daar kwam een oud mensje binnen. 75+ ,schat ik in. Ze kwam binnen met een stapwagentje, waarin haar hondje lag te slapen. Er was net een tafeltje vrij, maar daar stormde een kerel die in z’n eentje aan het bestellen was aan de bar, al naar dat tafeltje. Dat hij die plaats voor ogen had.

Zielig vond ik dat. In alles. Misschien was die oude dame niet goed in haar hoofd, maar voor het zelfde geld wou ze die grootstedelijke eenzaamheid doorbreken en tussen de mensen gaan zitten. Zoals ik ook kan genieten van de absolute rust, maar dan wel in een volle kroeg. Being all alone, but together.

Die kerel heeft z’n tafeltje behouden en de dame in kwestie zat een tijdje op de vensterbank. Te kijken, zonder een drankje te bestellen. Ze genoot duidelijk van het gezelschap. Haar hondje ook. En een drankje hadden ze daarvoor niet nodig.

Maar moest die kerel nu zo arrogant zijn ? Begint diversiteit niet net met respect voor de anderen ?

Dat moeten vreemdelingen en homo’s zeker beseffen. Minderheden moet minderheden aanvoelen. Zeker minderheden moeten respect hebben voor andere minderheden. Daarom, die kerel-met-dat -kleurtje en volgens mijn gay radar een homo, had meer dan één reden om respectvol te moeten handelen. Maar neen ….