Ik ben geen roker. Als jonge twintiger heb ik wel een paar tiental sigaretten tussen m’n lippen gehad, maar dat had meer te maken met pose dan met smaak. Sindsdien heb ik daar echt geen behoefte meer aan.

Vreemd genoeg zijn alle rokers ook uit mijn omgeving verdwenen. Niemand op het werk, niemand in het restaurant, niemand in het station …. één grote walm in het café. Maar in de kroeg kun je de rokers toch niet meer van de niet rokers onderscheiden.

Een rookvrij-bestaan is fijn. Het was weer even wennen in Azerbeidzjan : net van het vliegtuig gestapt en daar rookt men overal. In de terminal van de luchthaven, op de bus, in de hotellobby, op restaurant, ….

Vreemd genoegd geeft me dat het gevoel dat er bij ons géén rokers meer zijn. Ik kijk dan keer op keer vreemd op als ik een vriend of collega  op één van die schaarse plekken toch zie roken. ’t Is een schuifje opentrekken, waarvan ik helemaal niet wist dat het bestond.