Ik zit een paar dagen in Baku, Azerbeidzjan voor de EBU General Assembly. Heb hier een presentatie gegeven over distinctiveness in public broadcasting. Heb dat vertaald naar Think with the senses and feel with the mind … says my iPhone.

Dat maakt dat ik nu in een land zit dat ik alleen van op de kaart ken.

Je kan Baku maar vanuit een beperkt aantal luchthavens bereiken. Istanboel is er één van, en dat was ook mijn tussenstop. Die stad, waar ik wel al een paar keer geweest ben, was een goeie antichambre voor wat ik niet kende.

Ik kan niet beweren dat Baku een cultuurschok voor me was. Alle ingrediënten had ik elders al gezien, maar de combinatie ervan was nieuw. Vooral dat was een vreemde ervaring. Een land dat voor 85 % islam is, maar waar niemand met een hoofddoek rondloopt (verboden bij wet). Un islam modéré, noemde een Franse collega dat. Een land dat jarenlang onder communistisch bewind zat en nu in conflict ligt met zijn buur Armenië. Een rijk land door olie- en gasontginning en dat sinds zijn onafhankelijkheid gretig bouwt. Je houdt het niet voor mogelijk wat hier allemaal uit de grond rijst. Maar die welvaart vertaalt men overigens niet alleen naar bakstenen maar ook naar echt gedurfde culturele instellingen. Daar kunnen wij nog een puntje aan zuigen.

Ik heb hier vooral één les geleerd. Dat mijn wereldbeeld Westers is. Dat de Angelsaksische wereld m’n referentiekader is, maar dat ik dringend dat referentiekader moet verruimen. En niet alleen met de Bric-landen.