Marcel Grauls is een “household name”. Ik ken hem niet persoonlijk, maar z’n naam doet een belletje rinkelen. Vooral omwille van de diverse overzichtsboeken die hij schreef : Weet wie je eet, De uitvinders van het dagelijks leven, Made in Japan, …

Mijn mentor Jan stopte me onlangs het boek “Gewoon geniaal ! Hoe 100 uitvinders op een schitterend idee kwamen” toe en ik heb het – wat had je verwacht – gretig gelezen.

Tegelijk moest ik denken aan die andere inspirator Igor Byttebier die me de spelregels van creativiteit had geleerd. Iets wat ik nog dagdagelijks koester, zowel in mijn job als in mijn persoonlijk leven. Associaties, zei hij toen, zijn een belangrijke creatieve techniek. En gelijk had hij.

Marcel Grauls toont in het boek aan  dat Ladislao Biro op de balpen kwam toen hij kinderen zag knikkeren. Toen één van de knikkers plots door een plas water gleed, trok dat een nat lijntje. Owen Finlay Maclaren had een fortuin verdiend met het maken van landingstellen voor vliegtuigen. Omdat z’n dochter sukkelde met een veel te grote kinderwagen bedacht hij een inklapbare babybuggy. En Art Fry bedacht de Post-it toen hij sukkelde met de bladwijzer in z’n bijbel. Die veel er steeds van tussenuit en plots kon hij met die veel te zwakke lijm iets aanvangen.

Schitterend toch ! Nogmaals het bewijs dat de beste ideeën niet  van op kantoor komen.

Overigens, enig idee wat Karl Benz, Gottlieb Daimler, Dom Pierre Pérignon, Rudolf Diesel, Candido Jacuzzi, Adolf Dassler,King Camp Gilette, Justus von Liebig en Eugène Poubelle hebben uitgevonden ?