weddingjpg

Eén heeft de ambitie om in 2014 – honderd jaar na datum – De Grote Oorlog te herdenken met een beklijvende zondagavond fictiereeks. Ik heb daar lang over nagedacht, want het kan toch de bedoeling niet zijn om zomaar een reeks te maken. Vlaamse fictieproducenten weten hoe ze een goed verhaal kunnen vertellen en verfilmen voor een breed publiek. Dat moet ik hen niet leren, maar ik kan wel proberen om met Eén de lat hoger te leggen.

Ik heb de oorlog niet meegemaakt en dat geldt voor het gros van Belgische bevolking. Wie jonger dan 65 is kan zich niet of nauwelijks een beeld scheppen van wat het is om te strijden voor het vaderland. Ik weet dat er gevochten wordt in Irak, de Gaza-strook en meer dan een handvol andere plaatsen in de wereld. Maar wat dat betekent … ik kan het me alleen maar inbeelden.

Ik ben zwaar onder de indruk van de foto’s die Nina Berman maakte voor haar boek Purple Hearts. Vooral deze foto greep me naar de keel. Het is de trouwfoto van soldaat Ziegler. Hij zat vast in een brandende truck in Baghdad, nadat hij werd aangereden door een zelfmoord bomwagen. Ik kan me daarmee nog altijd niet inbeelden wat het is, maar ik voel wel het leed die zo’n oorlog veroorzaakt.

Words unspoken are rendered on war’s faces, zegt de kop van de New Yorkt Times. Wat niet gezegd kan worden, lees je af van het gezicht van een soldaat.

We kennen oorlog beter van oorlog-spelen dan van oorlog-voeren. En helaas maakt spel oorlog zo irrelevant, zo onbestaande. Kinderen beleven plezier aan spel.

Ik was ook redelijk van mijn melk van films als Jarhead en The Thin Red Line. In deze laatste film staat de schoonlheid van de natuur in schril contrast met de gruwel van de oorlog. En met Jarhead besef je dat de oorlog maalt in je kop. Zolang tot je er gek van wordt.

Ik hoop dat een fictiereeks erin slaagt om jongeren – en bij uitbreiding al wie jonger is dan 65 – een emotioneel inzicht te geven in oorlog.

Oorlog is géén spel.