images.jpg

Als jonge redacteur verzamelde ik alle knipsels. Elke dag – het weekend in het bijzonder – werd de krant versnipperd en werden de artikels per onderwerp bijgehouden in een mapje. Mijn grote voorbeelden waren Yves en Gust, die elk een huis vol mappen hadden. Niet voor niets werken ze nog steeds voor de VRT-nieuwsdienst en zijn het rasechte journalisten. Maar na een tijdje heb ik er de brui aan gegeven. Alles buitengegooid en nog niks gemist. Hetzelfde met al die floppy-disks, waarop ik elke dossier dat ik ooit had gemaakt, bijhield.

Het internet is wat dat betreft een zegen. Je kan het zo gek niet bedenken en je vindt het samen met nog veel meer. En net nu ik materieel niks meer heb, ga ik weer bijhouden. Inventariseren van wat ik virtueel of echt heb. Mijn filmlijstje verzamelt de films die ik heb gezien. Mijn fotolijstje brengt een selectie van de kiekjes die ik heb gemaakt. En sinds vorige week heb ik ook een virtuele boekenplank. Helaas ontbreken de Nederlandstalige boeken. Collega Werner vertelt je wat de voordelen zijn van een Shelfari-boekenplank. Het leuke is dat ik kan zien wie dezelfde boeken heeft en als we willen worden we maatjes. Overigens, ook in het “echte leven” vind ik het heerlijk om in iemand anders zijn boekenkast te grasduinen.

Vreemd hoe om het even welke onbekende zich zo een beeld kan vormen van wie ik ben. Of zou ik (on)bewust toch dat beeld (willen) bijsturen ? Niets is wat het lijkt.

Zeg me wat je leest en ik vertel je wie je bent.