letsconnect.jpg

“Netwerken” klonk lange tijd als een vies woord. Het stond zo goed als synoniem met “vleien”. Als je op een goed blaadje bij iemand staat, dan levert je dat gegarandeerd winst op. Winst voor jezelf of voor het bedrijf. Brussel is op die manier gebouwd. De tijden van slager Paul Vanden Boeynants, zijn knecht Michel Demaret en de betonmaffia liggen nog niet zo heel ver achter ons.

Gelukkig is netwerken volwassen geworden. 1 + 1 = 3, als je het op een correcte manier speelt. Het is een moderne manier om mekaar te helpen . Als ik je kan helpen, graag, dan hoef ik niet bang te zijn om jou een volgende keer ook om raad of hulp te vragen. Maar interpreteer dit niet dat voor wat sowieso ook wat hoort.

Het leuke aan netwerken is dat je met veel mensen in contact komt. Vaak interessante lui, die je nieuwe inzichten verschaffen. Wie opgesloten zit in zijn eigen (bedrijfs)milieu mist een 360°-zicht op de wereld. Bovendien vind ik het leuk dat sommige mensen uit mijn netwerk vrienden geworden zijn.

Met veel interesse heb ik dan ook het boek van Jan Vermeiren Let’s Connect, a practical guide for networking at events and on the web for every professional whether in sales or not. Toegeven, het boek geeft veel praktische informatie, maar plaatst het netwerken weer teveel binnen een commerciële context. Het wordt een heuse klus om adreskaartjes te verzamelen, daarop te noteren wat je moet onthouden, die in een databestand bij te houden, mensen met mekaar in contact te brengen, …. Online networking sites zoals Ecademy, LinkedIn en OpenBC kunnen daar bij helpen.  Ik heb er echter eentje geprobeerd maar ben al snel weer afgehaakt.

Ik geloof in netwerken maar doe dat het liefst tussen pot en pint op een receptie of ongedwongen wanneer ik naar iemand kan toestappen en zeggen ‘Aangename kennismaking …’. Net zo fijn vind ik het als mensen op mij toestappen.