solana.jpg

Ik zat gisteren aan tafel met Javier Solana, de secretaris generaal van de Raad van de Europese Unie. Zeg maar, de minister van buitenlandse zaken van die EU.

Het was een zwoele avond. Na een weekje vakantie in de Ardèche, een drukke werkweek gehad. Geen enkele nacht meer dan zes uren geslapen en tussendoor de nodige recepties gehad met net iets teveel alcohol. Ik was bekaf vrijdagvond en had een gezellige avond thuis voor ogen, maar we zijn toch de stad in getrokken. En het was gezellig. Na wat omzwervingen zijn we in ons stamrestaurant L’Achepot op de Oude Graanmarkt beland.

Ik loop voorbij één van de tafeltjes op het terras en dacht Javier Solana te herkennen. Maar neen, hij was het niet. Gek genoeg realiseerde ik me pas later dat de echte Solana tegenover hem zat. Zou het zijn broer geweest zijn ? Ze zaten met z’n drieën Javier, zijn broer en zijn madame (of minares ?) gezellig te keuvelen. Met een flesje goedkope huiswijn. Onopvallend, net als de rest van de tafeltjes. Niemand die omkeek, behalve een paar Spaanse toeristen die hun voormalige minister van cultuur herkenden. Of ze samen met hem op de foto mochten ?

Dat is nu typisch Brussel. Een kosmopolitisch dorp. Iedereen kent iedereen en daartussen lopen de toeristen en die van de internationale gemeenschap. En dan kom je zo iemand als Javier Solan tegen. Of Neil Kinnock. Of Romani Prodi. Het overkomt je wel vaker tijdens een wandeling door Brussel. Dat is wat me hier thuis doet voelen in deze stad. ’t Is klein, toch groot. Het is is tegelijk een dorp en een wereldstad.

Omstreeks 23.00 uur kwam een grote Audi met chauffeur voorrijden. Parkeerde discreet maar fout op de hoek van de straat. Gevolgd door een kleinere wagen ook al met chauffeur. Toen ik binnen ging plassen, bleken er verdoken ook twee mannen in kostuum een kopje koffie te drinken. Veiligheidsagenten-op-een-vrijdagavond.

Een vreemde avond. Doodmoe, een zwoele temperatuur, entrecote aux cêpes de bordeaux, Javier, … maar Brussel op en top. Bruxelles, je t’aime.