bollen.jpg

Zonet reed ik op de grote ring van Brussel. Voor wie het belang heeft, de buitenring. Tegenwoordig is het om 17.00 uur al donker. En toch, meer dan ooit, daar stonden ze : de bollen van mijn bobonne. Ze hebben het de laatste jaren zwaar te verduren gehad, maar de plastische ingreep doen ze weer schitteren als nooit voorheen. En sinds deze week worden ze ook verlicht. Als Brusselaar, ben ik fier op die bollen van mijn bobonne.

 (*) Mijn vader is uit Schaarbeek afkomstig maar verhuisde in 1964 naar het verre Westvlaamse Gistel, omdat mijn moeder daar haar stek heeft. Als kind was Brussel heel erg ver voor me. Een rit van ruim anderhalf uur (of was het meer) in die goudkleurige Opel Kadett. M’n moeder had een kussentje voor me voorzien, zodat ik kon slapen op de achterbank. Ik lag languit op de bank en zag de wolken aan honderd kilometer per uur voorbijflitsen. En dan was er plots het Atomium. Dan wist ik dat mijn grootouders niet meer veraf waren. Want die bollen, die waren van mijn bobonne en die stonden in haar achtertuin.