Herman Konings vroeg een aantal gastauteurs om een bijdrage te leveren aan zijn nieuwste boek “Latte Macchiato”. Onder hen : Bernard Lahousse van Foodpairing, Nick De Mey van Board of Innovation, Maarten Leyts & Filip Lemaitre van Trendwolves, Vincent Fierens van Nike en mezelf.

Mijn bijdrage lees je hier :

THE MEDIUM IS NOT THE MESSAGE

In this volatile business of ours, we can ill afford to rest on our laurels, even to pause in retrospect. Times and conditions change so rapidly that we must keep our aim constantly focused on the future.

- Walt Disney

Walt Disney – de geestelijke vader van Mickey Mouse, weet je wel – overleed in 1966. Walt was dan wel de koning van de magie, het zou nog drie jaar duren vooraleer een mens voor het eerst een voet op de maan zou zetten. Ik was te jong om het mee te maken, maar ik heb de beelden van die landing nadien wel vaak gezien. Vreemd genoeg associeer is dat beeld heel erg met het beeld van het stereotype Amerikaanse gezin dat voor een grote televisiekast naar zwart-wit beelden kijkt.

De wereld kwam toen nog de huiskamer binnen via twee kabels. Eén kabel diende om te bellen, de andere om televisie te kijken. Verder hadden die kabels niets met mekaar te maken. Probeer vandaag aan een kleuter maar eens uit te leggen waarom de telefoon thuis aan een draad hangt, terwijl bellen in de auto zonder zo’n zelfde draad gebeurt.

Walt Disney leefde in een wereld zonder internet, wifi, iPhone, Blackberry of zelfs laptop. Hij haalde de kracht van zijn magie in de eerste plaats uit sterke verhalen en niet uit  geniale technieken. Hij liet zich omringen door imagineers en dat maakte hem tot een visionair en zijn studio tot een imperium. Een imagineer slaagt erin om creatieve verbeelding te combineren met technische know how.

Men stelt me vaak de vraag wat de toekomst van televisie is, of van media in het algemeen. Digitaal of analoog ? Met of zonder rode knop ? Lineair of uitgesteld ? … Om eerlijk te zijn, het maakt me niks uit. We zijn al lang de tijd voorbij dat er eerst iets werd uitgevonden en dat het dan een bestemming kreeg. De post werkte perfect, de noodzaak om te kunnen faxen was er niet. Maar omdat iemand de telefoon uitvond, was het logisch dat je op termijn niet alleen stem maar ook papier via die draad zou kunnen transponeren.  Vandaag vinden ingenieurs een antwoord op om het eender welke vraag. Het “blauwe brein” wordt ei zo na een echt menselijk brein.

Vandaag wordt technologisch alles mogelijk. En toch ligt daar niet het antwoord in wat de mediatoekomst zal zijn.  De basis van alles blijft de creatieve verbeelding of storytelling. Sinds ik bij Eén aan de slag ben en zeker van zodra ik daar wat in de pap te brokken had, heb ik sterk de nadruk gelegd op het verhalende.  Programmamakers maken geen televisie maar brengen verhalen. Wat Eén betreft : echte verhalen, met echte mensen en echte emoties. Authenticiteit dragen we daarom hoog in het vaandel. Eén doet het bijzonder goed als openbare omroep. En dat heeft alles te maken met die authentieke verhalen. Vlakke schermen of een High Definition-aanbod zitten daar voor niks tussen.

Sindsdien is storytelling mijn dada geworden en speur ik naar storytelling in alles. De manier waarop Benetton met fotograaf Oliviero Toscani reclame maakte. De manier waarop Jamie Oliver kookt. De manier waarop Steve Jobs zijn Apple-producten ontwerpt of de boodschap die Damien Hirst met The Skull brengt. Net zo goed de bedrijfsfilosofie van Ikea, Ryanair of Virgin. Ze vertellen verhalen. Niet dat we elk verhaal klakkeloos moeten geloven. Authenticiteit is een buzzword in marketing geworden, maar met authenticiteit mag  je niet sollen.

Ik ben er van overtuigd dat iedereen een verhaal is. Dat alles een verhaal is. En dat er in iedereen en alles een verhaal schuilt. Zoek die verhalen en je zal het bredere plaatje begrijpen.

De woorden “elf september” hebben een inconische betekenis gekregen. Het beeld van de twee World Trade Towers die instorten evenzeer. En toch werden op dat eigenste ogenblik andere verhalen verteld. Zoals het bijna idyllische plaatje “View from Brooklyn” dat Magnum-fotograaf Thomas Hoepker nam op weg naar de plaats van de ramp. Zoom in bovenaan of anderaan de foto en het lijkt alsof je in twee verschillende werelden zit. Toch denk ik dat die jongeren net zo onthutst zijn als de rest van de wereld.

Ik weet niet of Walt Disney het boek “Understanding media” las dat Marshall McLuhan in 1964 publiceerde.  The medium is the message, stelt hij daarin.  Het medium heeft een even grote, zoniet grotere impact op de maatschappij als de boodschap die daarin verteld wordt. Dat boek heeft een grote impact op me gehad als programmamaker, maar vandaag neem ik daar enigszins afstand van. Uiteraard bepaalt het medium mee de vorm, maar dat verandert niks aan de boodschap.

De erven van Walt Disney maken vandaag op een andere manier animatiefilms en bouwen pretparken met andere inzichten. Toch ligt de boodschap niet in het driedimensionele of in de hoogte van de roetsjbaan. Zonder een sterke figuur als Mickey Mouse toen of  Nemo vandaag zou het allemaal niks betekenen. Mediamakers moeten beseffen dat ze in de toekomst zo sterk zullen zijn als de sterkte van de verhalen die ze vertellen.

Het vorige boek van Herman Konings “De stand des tijds” dateert van 2006. Al ligt er amper drie jaar tussen dat boek en zijn nieuwste  “Latte Macchiato”, er is een wezenlijk verschil tussen beide. Zijn eerste boek is een tekstboek met hier een daar wat grafieken. Zijn nieuwste boek “leest” veel vlotter, is mooi ontworpen en beter geschikt voor de rechterbrein-generatie die met rasse schreden volwassen wordt. Herman, zelf een babyboomer, laat zich op sleeptouw nemen, door de tweede en zelfs derde naoorlogse generatie.

Daar gaat het boek ook over : de eerste naoorlogse generatie, de babyboomers (geboren tussen 1945 en 1965) en de tweede naoorlogse generatie, de babybusters (1965-1974) hebben elk hun eigen waarden en drijfveren.

The Future Laboratory en Herman spreken rescpectievelijk van Latte en Macchiato-waarden. Hoewel op café een latte macchiato in perfecte melk- en koffielaag wordt geserveerd, mixt het uiteindelijk tot  één blend. Babyboomers nemen steeds meer over van hun kinderen en omgekeerd.

Nog aan toevoegen dat dit bij uitbreiding ook geldt voor de volgende generaties : de flexistentialisten (1975-1984), de generatie slash (1985-1994) en de digitale inboorlingen (1995-2009).

L.A.T.T.E  staat voor :

LOKAAL. Consumenten hechten in toenemende mate belang aan lokale producten.

AUTHENTIEK.  Merken en ondernemingen moeten ergens voor staan. Ondernemers die begrijpen dat het in de 21ste eeuw gaat om kwaliteit, eerlijkheid, rechtvaardigheid en transparantie kennen steeds meer succes.

TRACEERBAAR.  Als mensen willen dat goederen en diensten lokaal & authentiek zijn, willen ze dat ook kunnen natrekken.

TROUWHARTIG.  De behoefte aan kwaliteit, betrouwbaarheid en evenwicht.

ETHISCH. Consumeren rekening houdend met ethische criteria als zorg voor het milieu, eerlijke handel, correcte arbeidsomstandigheden, billijke vergoeding, rechtvaardige verdeling van de welvaart en dierenwelzijn.

M.A.C.C.H.I.A.T.O staat voor :

MEERLAGIG : een repertoire van identiteiten.

ANTICIPEREND : voortdurend vooruitkijken en uitblinken in proactief gedrag.

CONSUMANDEREN : niet minder consumeren (consuminderen) maar anders consumeren, rekening houdend met het groter geheel.

CULTAINTMENT : cultuur en entertainment zijn hip.

HILARISCH : we leven in een tijdperk waarin de meest ongelooflijke dingen gebeuren.

I-MOTIONEEL : droom ! en realiseer je verhaal

TOONAANGEVEND : dankzij krachtige nieuwe technologie

OPEN : een recht-door-de-zee-generatie, open, eist transparantie van werkgevers, van de overheid en van de instellingen, ondernemingen en merken, waarmee ze te maken heeft.

Geert & Geert zijn fijne vrienden. De ene Geert leerde ik kennen in het panel van Jan Publiek toen ik er nog eindredacteur was. Het waren aanvankelijk professionele gesprekjes maar  na afloop van de reeks leerden we mekaar beter kennen.  Toen kwam er ook die andere Geert bij. Vandaar, Geert & Geert. Ik weet niet wat die tweede Geert toen van me dacht. Wellicht dat ik te makkelijk en te gretig meedraaide in de Grote Boze Wereld.

Hij is een vat vol vragen, maar zo heb ik hem graag. Voortdurend op zoek naar het evenwicht in zichtzelf en in de wereld. En keer op keer verrast hij me met z’n creativiteit. Ik manage dagdagelijks creativiteit en heb een brede bron nodig om me te inspireren. En dan vind het ik het ongelooflijk wat hij allemaal creëert. Zomaar. Hij schildert, kookt en experimenteert nu ook met T-shirts. Talent !

Amazon is zonder enige twijfel mijn favoriete bookshop. De keuze is eindeloos en de prijzen zijn bijzonder democratisch. Voor de vrienden : dit is mijn wenslijstje.

Toch kom ik graag in een échte boekhandel. De Fnac soms uit noodzaak, de Passa Porta op weg naar het centrum van Brussel en De Standaard Boekhandel om de bonnen te ruilen. Maar vandaag was ik weer aangenaam verrast door het eigenzinnige en vooral consequente aanbod van Copyright Antwerpen. Voor 66,40 euro vier boeken gekocht die ik nergens anders onder ogen had gehad. Keitoffe boeken.

  • The medium is the message, Anneloes van Gaalen
  • De geheime code, Priya Hemenway
  • Futuretainment, Mike Walsh
  • My wonderful world of fashion, Nina Chakrabarti

En hier land ik met mijn boekenkast.

Jo De Poorter heeft bij de nieuwe uitgever Kwagga een aardig boekje uit, “Succes in 100 dagen”.

Ik ken Jo al lang. Eigenliljk zijn we als concurrenten begonnen op een screentest 20 jaar geleden. De BRT zocht naar gastpresentatoren  voor het poppgrogramma Bingo. In diezelfde test zaten ook Luk Alloo, Ann De Batzellier, Johan Verstreken, … en een aantal mindere goden. We hebben allebei televisie gedaan maar Jo bleek beter voor het scherm, ik achter het scherm.

Professioneel zien we mekaar niet zo vaak vermits Jo bij VTM goed aan de bak komt, maar privé treffen we mekaar wel eens. We delen een aantal passies en praten vlot met mekaar en met de partners.

Dus kocht ik zijn boek. Het giet tientallen boeken, honderden tips en adviezen, … in 100 heel concrete regels.  Hoe je er mee aan de slag moet, vraag je zelf maar aan Jo.

Soms vraag ik me af wanneer al die koks écht de tijd hebben om te koken. Ze rennen van de televisie- naar de radiostudio. Onderhandelen met grootwarenhuizen over de verpakking (en het eten). Creëren nieuwe smaken voor een ijsfabrikant of  maken een sapje van foie gras. Om het even welke chef met wat naam en faam is verplicht om line extensions uit te brengen. Dat begon lang geleden al : als het aantal zitjes in je restaurant beperkt is tot 40 kun je alleen maar meer omzet genereren indien je verpakte schoteltjes verkoopt. Daarom hebben veel restaurants ook een traiteurdienst.

Maar nu loopt het echt wel de spuitgaten uit. Je kunt geen schoteltje meer vastpakken in de supermarkt of er plakt een BV-chef op. Bovendien pakken die nieuwe helden uit met eigen kookbrands. Nieuwste aanwinst : Mnu.

Mnu: is een culinaire denk- en doetank. Grensoverschrijdend en grensverleggend. Want het gaat om een samenwerking tussen driesterrenchefs Peter Goossens, Sergio Herman en de maker van ‘het beste dessert ter wereld’, tevens ‘Chef van het jaar 2009′ Roger van Damme.

Deze chefs brengen hun ideeën en ervaringen bij elkaar in de speciaal ontworpen Mnu:Kitchen. Ze kunnen er vrij experimenteren, weg van hun eigen restaurant, in een kader dat geen belemmeringen inhoudt en een kruisbestuiving mogelijk maakt. In dat kader komen concepten tot leven die anders in hun hoofden zouden blijven zitten.

Koken is vandaag teveel een concept. Geef mij maar een authentieke keuken !

Herman Konings stelde gisteren zijn nieuwste boek “Latte Machiatto” voor met een seminarie, georangiseerd door uitgeverij Lannoo. Bernard Lahousse van Foodpairing, Tom Palmaerts van Trendwolves en ikzelf waren gastspreker. Het was gezien de sneeuw geen evidentie om er te geraken of weg te raken. Sommigen waren vier uur onderweg, enkele richting. Maar het werd hoedanook een leuke avond.

Ik kende Foodpairing al langer, maar had er me nog niet in verdiept. Laat staan dat ik “het” had geproefd. Bernard viel twee uur te laat binnen, sprak gepassioneerd over de wetenschap-van-het-koken en had wat proevertjes mee. Dat was een unieke smaakervaring, maar geen culinaire belevenis.

Uniek, maar  wel een rationele ervaring.  Macarrons worden plots een vehikel om de de typische witloofsmaak te versterken.

Ik ben van plan om  eens bij Ferran Adria in El Bulli te gaan eten, al besef ik dat het creatieve, de wetenschap en het kunstige de overhand zullen nemen.

Morgen komen Tony & friends eten.  De booschappen gebeurden deels  in de Metro naast de vroegmarkt. In de rekken troffen we er ook  de El Bulli essentials. Potten met parels, maar geen idee hoe je die dingen moet klaarmaken.

Als het op eten aankomt, hou ik van een eerlijke, authentieke (lees : emotionele) keuken.  Rechterbrein, geen linkerbrein. Dat is de keuken van mijn moeder, Maria Landis, Filip, …  Allemaal nul sterren, maar ze koken met basics en een puurheid, die die basics versterken en respecteren.

Food for thought, thought for food is geen kookboek maar een kunstboek. Geef toe, een Sam Dillemans of een Damien Hirst eet je toch ook niet.

Ik sluit niet uit dat ik op termijn alsnog een ondernemer (lees : zelfstandige) word. Er zijn een paar projecten die ik wil opstarten en er zijn er een paar die ik met mijn partner wil aanvangen. Ze variëren van consultancy, over winebar, uitgebreidere bed & breakfast tot coach, publicist en babbelaar. Investeerders zijn welkom.

Net daarom kocht ik dit kleine boekje “Bye bye 9-5″ van Yvette van der Meer & Eric van Nieuwland.  Absoluut geen hoogdravend boek. Met relatief weinig impact, behalve een paar sterke getuigenissen.

Ik lees veel boeken over management. Af en toe sluipt daar een kookboek tussen. Culinaire confidenties uit de Wetstraat blijkt zowel een kook- als een managementboek te zijn. Ik heb erg genoten van dit boek.

De situatie is de volgende : ik zit aan ons kookeiland, drink een glas Arran single malt – gisteren gekregen van nonkel Leo en tante Gilda  - terwijl Filip kookt. “Je geniet écht wel van boeken”, zegt hij. En dat klopt ! De avonturen van Maria Landis, de kokkin van Guy Verhofstadt, zijn grappig. Bovendien treed ik Verhofstadt helemaal     bij : je praat zoveel makkelijker bij een lekker gerecht.

En vermits Filip een veel betere kok is : pagina’s 27, 61 en 89.

Een paar weken geleden was Lars Duursma te gast bij de VRT. Duursma – nog jong – is voormalig wereldkampioen debatteren en oprichter van het debat- en communicatiebureau Debatrix. Hij gaf een lezing “praten als Obama”. In zijn boek “Ik krijg altijd gelijk. Hoe je iedereen overtuigt.” is een hoofdstuk specifiek hierover opgenomen. Het bijzondere aan zijn voordracht was dat hij enerzijds tips gaf, het publiek die tips liet illustreren om dan een deel van dat publiek samen een toespraak te laten houden.

Tip 1 : Wek het vertrouwen van je publiek.

Iedereen verwachtte dat Barack Obama op 8 januari 2008 de Democratische voorverkiezing in de staat New Hampshire zou winnen. Niet Obama, maar Clinton won. De ontgoocheling onder zijn aanhangers was groot, maar die avond gaf Obama één van zijn beste speeches.

Erken de feiten, maar zet een volgende stap. Het verlies was een nieuwe uitdaging. Een baken.

Tip 2 : Geef je publiek een positief gevoel.

Obama heeft binnen een paar jaar honderdduizenden vrijwilligers en bijna drie miljoen donateurs weten te inspireren tot een bijdrage aan zijn campagne. Zijn toespraken zijn er allemaal op gericht zijn publiek een goed gevoel te geven.

Tip 3 : Breng het oude als iets nieuws.

Obama gaf tijdens zijn presidentscampagne meerdere toespraken per dag, soms wel zeven dagen per week. En bij vrijwel elke gelegenheid gaf hij bijna exact dezelfde toespraak. Een stump speech wordt het ook wel genoemd.

Zeg het, herhaal het, en zeg het opnieuw.

Tip 4 : Illustreer je verhaal met people props.

Maak het abstracte concreet. Zeg niet alleen waar het gezondheidsbeleid om draait, maar vertel concreet wat de impact is op één, echt iemand.

Tip 5 : Open de retorische trukendoos.

Structuur je toespraak en kies voor een goeie onliner. Remember, Martin Luther King, “I have a dream …”.

Tip 6 : Zorg voor applaus.

Kies formuleringen die tot een applaus leiden : een claptrap. Kunnen daarbij helpen : een drieslag (“We moeten deze vijanden opsporen, ze moeten worden opgejaagd en ik zal er voor zorgen dat ze worden verslagen”) of het contrast. Zet je standpunt af tegen dat van een ander.

Tip 7 : Maak de cirkel rond.

Start sterk en kom aan het einde van je toespraak terug naar het begin ervan.